Spelregels

Inleiding

Dit is de officiële Nederlandse vertaling van de spelregels van de petanquesport (het “Règlement officiel pour le sport de pétanque”). In enkele gevallen worden, voor onder auspiciën van de NJBB te houden toernooien, afwijkingen op dit reglement toegestaan. De toegestane afwijkingen vindt u in het toernooireglement petanque van de NJBB.

Waar in dit reglement hij, hem, of zijn wordt gebruikt, mag respectievelijk hij of zij, hem of haar, of zijn of haar gelezen worden.

Algemeen

Artikel 1: Equipes

Petanque is een sport waarbij partijen worden gespeeld tussen equipes van:

  • drie spelers en drie spelers (tripletten).

Ook zijn partijen mogelijk tussen:

  • twee spelers en twee spelers (doubletten); of
  • één speler en één speler (enkelspel).

Bij tripletten beschikt iedere speler over twee boules. Bij doubletten en enkelspel beschikt iedere speler over drie boules.

Een andere equipesamenstelling is niet toegestaan.

Artikel 2: Goedgekeurde boules

Petanque wordt gespeeld met door de FIPJP goedgekeurde boules die aan het volgende voldoen:

  1. Van metaal zijn.
  2. Een diameter hebben van ten minste 7,05 cm en ten hoogste 8,00 cm.
  3. Een gewicht hebben van ten minste 650g en ten hoogte 800g.

Bij wedstrijden die uitsluitend toegankelijk zijn voor jeugdspelers die in het betreffende jaar 11 jaar of jonger zijn, zijn boules van 600g en 65mm diameter toegestaan, mits vervaardigd door een erkende fabrikant.

Het handelsmerk van de fabrikant en het gewicht moeten in de boules zijn gegraveerd en altijd leesbaar zijn. Naam en voornaam van de speler, of zijn initialen, mogen ook in de boules worden gegraveerd, evenals diverse logo’s, acroniemen of andere soortgelijke kenmerken, conform de voorgeschreven specificaties voor de fabricage.

4. De boule moet hol zijn en mag geen materialen bevatten zoals lood, zand, kwik enz. In algemene zin mogen de boules niet zijn vervalst en geen enkele bewerking of andere opzettelijke verandering hebben ondergaan na de vervaardiging door een erkende fabrikant. Het is met name verboden de boules opnieuw te verhitten (na te gloeien) teneinde de door de fabrikant gegeven hardheid te veranderen.

Artikel 2bis: Sancties voor ondeugdelijke boules

Een equipe waarvan een speler schuldig wordt bevonden aan het overtreden van de regels van punt 4 van het vorige artikel, wordt onmiddellijk van het toernooi uitgesloten.

Als een niet-getrukteerde, maar versleten ondeugdelijk vervaardigde boule een controle niet met succes doorstaat of niet voldoet aan de eisen 1, 2 of 3 van het voorgaande artikel, moet de speler deze vervangen. Hij mag ook de hele set boules vervangen.

Een door spelers ingediend protest met betrekking tot de punten 1, 2 of 3 kan alleen vóór de partij worden ingediend. De spelers hebben er dus belang bij zich ervan te vergewissen dat hun boules en die van hun tegenstander aan de gestelde eisen voldoen.

Een protest met betrekking tot punt 4 kan gedurende de gehele partij worden ingediend, maar alleen tussen twee werpronden in. Als een dergelijk protest echter na de derde werpronde wordt ingediend en ongegrond blijkt, worden drie punten opgeteld bij de score van de tegenstander.

De scheidsrechter of de jury mag te allen tijde de boules van een of meer spelers controleren.

Artikel 3: Goedgekeurde buts

Buts zijn van hout of van kunststof. In het laatste geval dragen zij het handelsmerk van de fabrikant en heeft de FJPJP officieel erkend dat zij aan de vastgestelde specificaties voldoen.

Buts hebben een diameter van 30mm. Een afwijking van ten hoogste + of – 1 mm is toegestaan.

Hun gewicht moet ten minste 10 gram zijn en ten hoogste 18 gram.

Geverfde buts zijn toegestaan, maar noch deze, noch houten buts mogen met een magneet opgetild kunnen worden.

Artikel 4: Licenties

Bij inschrijving moet een speler zijn licentie tonen, of een ander document, volgens de regels van zijn bond, waaruit zijn identiteit blijkt én het feit dat hij lid is van die bond.

Spel en but

Artikel 5: Reglementaire terreinen

Petanque kan op iedere ondergrond worden gespeeld. De wedstrijdleiding of de scheidsrechter kan de equipes banen toewijzen. In dat geval moeten deze banen, voor het landelijke gedeelte van nationale kampioenschappen en voor internationale toernooien, ten minste 15m lang en 4 breed. Voor andere toernooien kan de bond afwijkingen van deze minimale afmetingen toestaan, tot een minimum van 12m bij 3m.

Een speelveld omvat een bepaald aantal banen die zijn afgebakend met touwen waarvan de dikte niet van invloed mag zijn op het spelverloop. Deze touwen, die de banen afbakenen, zijn geen verlieslijnen, behalve de lijnen aan de kopse zijden en de lijnen langs de buitenzijde van de buitenste banen.

Als twee banen in de lengterichting aan elkaar grenzen, geldt de tussenliggende lijn als een verlieslijn.

Als de banen door een afzetting worden omsloten, moet de afstand tussen deze afzetting en de buitenlijn van deze banen ten minste 1m bedragen.

Een partij gaat tot en met 13 punten. In voorronden en cadragepartijen kan eventueel worden gespeeld tot en met 11 punten.

Sommige toernooien worden op tijd gespeeld. Er moet dan altijd op afgebakende banen worden gespeeld. In dit geval zijn alle lijnen rondom een baan verlieslijnen.

Artikel 6: Begin van het spel; de werpcirkel

De equipes tossen om te beslissen welke equipe de baan kiest, tenzij deze door de wedstrijdleiding al is toegewezen, en welke equipe het but als eerste uitwerpt.

Als de wedstrijdleiding de equipes een baan heeft toegewezen, moet het but op deze baan worden uitgeworpen. De equipes mogen niet zonder toestemming van de scheidsrechter uitwijken naar een andere baan.

Een speler van de equipe die de toss heeft gewonnen, kiest de plaats waar wordt begonnen en tekent of legt een cirkel op de grond waar de voeten van elke speler geheel in passen. De diameter van een getekende werpcirkel bedraagt ten minste 35 cm en ten hoogste 50 cm.

Als gebruik wordt gemaakt van een voorgefabriceerde cirkel moet deze vormvast zijn en een binnendiameter van 50cm hebben. Een afwijking van ten hoogste + of – 2mm is toegestaan.

Opvouwbare werpcirkels zijn toegestaan, mits deze voldoen aan de door de FIPJP gestelde eisen, met name op het punt van de vormvastheid.

Als de wedstrijdleiding reglementaire voorgefabriceerde werpcirkels ter beschikking stelt zijn de spelers verplicht die te gebruiken.

Als één van beide equipes een reglementaire voorgefabriceerde werpcirkel ter beschikking stelt zijn beide equipes verplicht die te gebruiken. Als beide equipes een eigen werpcirkel hebben meegebracht kiest de equipe die de toss gewonnen heeft.

De werpcirkel moet op ten minste één meter van enig obstakel worden getrokken (of neergelegd), en op ten minste anderhalve meter van enige andere in gebruik zijnde werpcirkel of but.

Het binnendeel van de werpcirkel mag geheel geëffend worden gedurende de werpronde, maar moet aan het eind daarvan in de oorspronkelijke staat worden hersteld.

Tijdens het werpen van boules moeten de voeten van de speler binnen de cirkellijn blijven (zij mogen deze niet raken); zij mogen de werpcirkel niet verlaten of geheel van de grond komen vóór de geworpen boule de grond raakt. Geen ander lichaamsdeel mag de grond buiten de werpcirkel raken. Voor een speler die zich niet aan deze regel houdt gelden de sancties uit artikel 35.

Bij wijze van uitzondering mogen zij die het gebruik van een been missen met slechts één voet binnen de werpcirkel plaatsnemen; de andere voet mag echter niet vóór die voet worden geplaatst. Voor spelers in een rolstoel geldt dat ten minste één wiel (aan de zijde van de werparm) zich binnen de werpcirkel moet bevinden.

Als een speler de werpcirkel opraapt terwijl er nog boules te spelen zijn, moet deze worden teruggelegd, maar alleen de tegenstanders mogen hun boules nog werpen.

De werpcirkel is geen verboden terrein.

Een werpcirkel moet altijd worden gemarkeerd vóór het but wordt uitgeworpen.

De equipe die het but gaat uitwerpen moet alle werpcirkels in de nabijheid van de te gebruiken cirkel uitvegen.

De equipe die het recht heeft het but uit te gooien – hetzij omdat zij de toss gewonnen heeft, hetzij omdat zij de voorafgaande werpronde gewonnen heeft – krijgt hiervoor slechts één poging. Bij een niet geslaagde uitworp moet de andere equipe het but op een reglementair toegestane positie neerleggen. Als het niet op een geldige positie wordt gelegd door de tweede equipe, gelden voor de speler die het but heeft geplaatst de sancties beschreven in artikel 35. In het geval van een herhaling, wordt een nieuwe sanctie opgelegd aan de hele equipe, in aanvulling op eventueel eerder opgelegde sancties.

Dat een speler het but uitwerpt betekent niet dat hij ook de eerste boule moet werpen.

De positie van het but moet worden gemarkeerd, zowel na het uitwerpen als elke keer dat het is verplaatst. Protesten met betrekking tot een niet-gemarkeerd but worden niet in overweging genomen; de scheidsrechter zal dan uitgaan van de feitelijke ligging van het but.

Artikel 7: Voorgeschreven afstanden bij het uitwerpen van het but
Een but is slechts geldig uitgeworpen als:
1. de afstand van het but tot de binnenrand van de werpcirkel voor junioren en senioren ten
minste 6m en ten hoogste 10m bedraagt; bij wedstrijden die zijn bedoeld voor de nog
jongeren mogen kortere afstanden worden gehanteerd;
2. de afstand van de werpcirkel tot enig obstakel ten minste één meter en tot een andere in
gebruik zijnde werpcirkel of but ten minste anderhalve meter bedraagt;
3. de afstand van het but tot enig obstakel en tot de uitlijn aan de kopse kant ten minste 50
centimeter en de afstand tot een ander in gebruik zijnde cirkel of in gebruik zijnd but ten
minste anderhalve meter bedraagt (let wel: er geldt geen minimale afstand tot de
afbakeningslijnen tussen de banen of de uitlijnen aan de zijkant van de banen);
4. het but zichtbaar is voor een speler die geheel rechtop in de werpcirkel staat, met de
voeten binnen de cirkel zover mogelijk uit elkaar; in geval van twijfel beslist de
scheidsrechter of het but zichtbaar is; tegen zijn beslissing is geen beroep mogelijk.

In de volgende werpronde wordt het but uitgeworpen vanuit een werpcirkel die geplaatst of
getekend wordt rond het punt waar het lag aan het einde van de vorige werpronde, behalve
als:
 de werpcirkel zich op een afstand van minder dan één meter van enig obstakel zou
bevinden of minder dan anderhalve meter van een andere in gebruik zijnde cirkel of but; of
 het but niet op alle toegestane afstanden zou kunnen worden uitgeworpen.

In het eerste geval trekt de speler de werpcirkel op de kortst mogelijke toegestane afstand van
het obstakel respectievelijk de betreffende cirkel of but.
In het tweede geval mag de speler de positie van de werpcirkel achterwaarts verplaatsen in
het verlengde van de lijn tussen de werpcirkel en de positie van het but in de voorgaande
werpronde, maar niet verder dan tot hij het but op de maximaal toegestane werpafstand kan
uitwerpen. Dit mag alleen als het but in geen enkele richting op de maximaal toegestane
werpafstand kan worden uitgeworpen.

Als het but ongeldig is uitgeworpen legt de tegenstander het but op een geldige plaats. Hieraan
voorafgaand mag hij, onder de voorwaarden uit de vorige alinea, de werpcirkel naar achteren
verplaatsen.

In elk geval behoudt de equipe die er niet in was geslaagd het but reglementair uit te werpen
wel het recht op het werpen van de eerste boule.

De equipe die het recht heeft het but uit te werpen krijgt hiervoor ten hoogste één minuut. De
equipe die het recht krijgt om het but te plaatsen na de mislukte poging van de eerste equipe
moet dat onmiddellijk doen.

Artikel 8: Reglementair uitwerpen van het but
Als het but bij het uitwerpen wordt tegengehouden door een scheidsrechter, een tegenstander,
een toeschouwer, een dier of enig bewegend voorwerp, moet het opnieuw worden uitgeworpen
Als het but wordt tegengehouden door een medespeler heeft de tegenstander het recht het
neer te leggen op een geldige plaats.

Na het uitwerpen van het but en het werpen van de eerste boule mag de tegenstander nog
altijd de geldigheid van de ligging van het but betwisten, behalve als deze equipe het but
neergelegd had.

Voor het but aan de tegenstander gegeven wordt om het te neer te leggen moeten beide
equipes het erover eens zijn dat het ongeldig lag, of een scheidsrechter moet dat hebben
beslist. Als een equipe in strijd hiermee handelt, verliest zij het recht het but uit te werpen.
Heeft ook de tegenstander een boule geworpen, dan wordt het but geacht geldig te liggen en
wordt er geen protest tegen de ligging meer in overweging genomen.

Artikel 9: Ongeldig worden van het but
Het but is ongeldig in de volgende zeven gevallen:
1. als het tijdens een werpronde verplaatst is naar verboden terrein, zelfs als het daarna weer
op toegestaan terrein terugkomt (een but op de uitlijn is geldig; het is pas ongeldig als het
recht van boven bezien de uitlijn geheel is gepasseerd); een plas water waarin het but vrij
drijft is verboden terrein;
2. als het verplaatst is, en vanuit de werpcirkel niet meer zichtbaar is zoals in artikel 7 is
beschreven (als het but achter een boule verscholen is, is het enkel op grond daarvan niet
ongeldig; de scheidsrechter mag een boule tijdelijk wegnemen om na te gaan of het but
zichtbaar is);
3. als het wordt verplaatst naar meer dan 20m van de werpcirkel (voor senioren en junioren),
of naar meer dan 15m (voor jongeren), of naar minder dan 3m;
4. als bij afgebakende terreinen het but een onmiddellijk naastgelegen terrein geheel heeft
overschreden of de achterlijn passeert;
5. als het verplaatst en zoek is en niet binnen vijf minuten wordt gevonden;
6. als zich verboden terrein bevindt tussen de werpcirkel en het but; of
7. als bij partijen op tijd het but buiten het toegewezen terrein wordt verplaatst.

Artikel 10: Verplaatsing van obstakels
Het is de spelers verboden welk obstakel dan ook, dat zich op het terrein bevindt, te
verwijderen, te verplaatsen, in de grond te drukken of plat te stampen. De speler die het but
gaat uitwerpen, mag niettemin de plek onderzoeken waar hij zijn boule wil laten neerkomen,
door daar ten hoogste drie keer met een van zijn boules op te kloppen. Bovendien mag een
speler van de equipe die aan de beurt is, één inslag van een eerder gespeelde boule
dichtmaken.

Voor spelers die zich niet houden aan deze regels, met name in geval van vegen voor een te
schieten boule, gelden de sancties genoemd in artikel 35.

Artikel 11: Vervanging van but of boule
Het but of een boule mag tijdens een partij slechts in de volgende gevallen worden vervangen:
1. als het but of een boule zoek is en niet binnen vijf minuten wordt gevonden; of
2. als het but of een boule in stukken breekt: in dat geval bepaalt het grootste stuk de
ligging; als er in de werpronde nog boules gespeeld moeten worden, wordt het but of de
boule — indien nodig na meting — onmiddellijk vervangen door een but of een boule van
(ongeveer) dezelfde diameter; in de volgende werpronde mag de betreffende speler ook de
hele set boules vervangen.

BUT
Artikel 12: Verborgen of verplaatst but
Als het but tijdens een werpronde onverwachts wordt bedekt door een boomblad of een
papiertje, wordt dat verwijderd.

Als een stilliggend but in beweging komt, bijvoorbeeld door de wind of de helling van het
terrein, of per ongeluk door de scheidsrechter, een speler, een toeschouwer, een boule of een
but uit een andere partij, een dier of enig bewegend voorwerp wordt verplaatst, wordt het
teruggelegd op zijn oorspronkelijke plaats, mits deze was gemarkeerd.
Om onenigheid te voorkomen moeten spelers de plaats van het but markeren. Protesten met
betrekking tot een niet-gemarkeerd but of niet-gemarkeerde boules worden niet in
overweging genomen.

Wordt het but verplaatst door een boule uit dezelfde partij, dan blijft het geldig.

Artikel 13: Verplaatsing van het but naar ander spel
Als het but tijdens een werpronde naar een ander terrein wordt verplaatst (al dan niet
afgebakend), blijft het geldig, tenzij artikel 9 van toepassing is.

Als het but terechtkomt op een terrein waar een andere partij gespeeld wordt, wachten de
spelers die met het verplaatste but spelen indien nodig tot de spelers van de andere partij hún
werpronde hebben beëindigd, en maken daarna hun eigen werpronde af.

Alle betrokken spelers dienen geduld en hoffelijkheid te betrachten.

De equipes spelen de volgende werpronde op het aanvankelijk gebruikte terrein en het but
wordt uitgeworpen vanaf het punt vanwaar het verplaatst werd, overeenkomstig de
voorwaarden uit artikel 7.

Artikel 14: Ongeldig geworden but
Als het but tijdens een werpronde ongeldig wordt, kunnen zich de volgende drie gevallen
voordoen:
1. beide equipes hebben nog boules te spelen: de werpronde eindigt onbeslist en het but
wordt opnieuw uitgeworpen door de equipe die in de vorige spelronde scoorde of de equipe
die de toss won;
2. slechts één equipe heeft nog boules te spelen: deze equipe krijgt zoveel punten als zij nog
boules te spelen heeft; en
3. geen van beide equipes heeft nog boules te spelen: de werpronde eindigt onbeslist en het
but wordt uitgeworpen door de equipe die in de vorige spelronde scoorde of de equipe die
de toss won.

Artikel 15: Tegengehouden but
1. Als het but, na te zijn weggeschoten, door een toeschouwer of de scheidsrechter wordt
tegengehouden of van richting veranderd, blijft het liggen waar het tot stilstand kwam.
2. Als het but, na te zijn weggeschoten, door een speler die zich bevindt op toegestaan terrein
wordt tegengehouden of van richting veranderd, heeft zijn tegenstander de keuze uit:
a. Het but laten liggen op zijn nieuwe plaats;
b. het but terug te leggen op zijn oorspronkelijke plaats; en
c. het but neer te leggen in het verlengde van de lijn van zijn oorspronkelijke naar zijn
nieuwe plaats, op ten hoogste 20m afstand van de cirkel (15m voor jongeren), en zo
dat het zichtbaar is.

Om b. of c. te kunnen kiezen moet de plaats van het but tevoren gemarkeerd zijn geweest.
Als dat niet het geval is, blijft het but liggen op zijn nieuwe plaats.

Als het but wordt weggeschoten, op verboden terrein terechtkomt, en weer op het terrein
terugkomt, wordt het als ongeldig beschouwd en worden de regels van artikel 14 toegepast.

BOULES
Artikel 16: Werpen van boules
De eerste boule van een werpronde wordt geworpen door een speler van de equipe die de toss
heeft gewonnen of als laatste punten heeft behaald. Daarna werpt steeds de equipe die niet op
punt ligt.

Een speler mag van geen enkel voorwerp gebruik maken noch een streep op de grond trekken,
om zijn boule te geleiden of de plaats te markeren waar hij zijn boule wil laten neerkomen. Als
hij zijn laatste boule werpt, mag hij in zijn andere hand geen extra boule houden.

Boules moeten een voor een geworpen worden.

Eenmaal geworpen boules mogen niet opnieuw worden geworpen. Boules moeten echter
opnieuw worden geworpen als zij onderweg van de werpcirkel naar het but zijn tegengehouden
of uit hun koers zijn geraakt door een boule of een but uit een andere partij, door een dier,
door enig bewegend voorwerp, en in het geval genoemd in de tweede alinea van artikel 8.
Het is verboden de boules of het but te bevochtigen.

Een speler moet, vóór hij een boule werpt, deze ontdoen van modder en elke andere eraan
klevende substantie. Voor een speler die zich niet aan deze regel houdt, gelden de sancties
genoemd in artikel 35.

Als de eerst geworpen boule op verboden terrein terechtkomt, moet de tegenstander zijn
eerste boule spelen; daarna spelen beiden om de beurt, zolang er geen boule op toegestaan
terrein ligt.

Als er als direct of indirect gevolg van schieten of plaatsen geen enkele boule meer op
toegestaan terrein ligt, gelden de regels van artikel 29.

Artikel 17: Gedrag van spelers en toeschouwers
Gedurende de tijd die een speler reglementair ter beschikking staat om zijn boule te werpen,
moeten de toeschouwers en andere spelers stil zijn.

De tegenstanders mogen niet lopen, gebaren, of iets anders doen dat de speler af zou kunnen
leiden. Alleen zijn medespelers mogen zich tussen de werpcirkel en het but bevinden.
De tegenstanders moeten zich voorbij het but of achter de speler bevinden, in beide gevallen
zijwaarts van de speelrichting, en bovendien op ten minste 2m afstand van but en speler.
Spelers die zich niet houden aan deze regels kunnen worden gediskwalificeerd als zij, na een
officiële waarschuwing van een scheidsrechter, volharden in hun gedrag.

Artikel 18: Werpen van boules; boules die het terrein verlaten
Niemand mag tijdens een partij, als oefening, een boule werpen, ook niet buiten de baan waar
hij speelt. Voor een speler die zich niet aan deze regel houdt, gelden de sancties uit artikel 35.
Boules die tijdens de werpronde het afgebakende terrein verlaten blijven geldig, tenzij
artikel 19 van toepassing is.

Artikel 19: Ongeldig geworden boules
Een boule wordt ongeldig als hij op verboden terrein terechtkomt. Een boule op de uitlijn is
geldig. De boule is pas ongeldig als hij de uitlijn geheel is gepasseerd, dat wil zeggen als hij,
recht van boven bezien, geheel voorbij de uitlijn ligt. Dit geldt evenzo als bij afgebakende
terreinen de boule een onmiddellijk naastgelegen terrein geheel heeft overschreden.

Als de boule vervolgens op het terrein terugkomt, hetzij vanwege de helling van het terrein,
hetzij na contact met een bewegend of stilstaand voorwerp, wordt hij meteen uit het spel
genomen, en alles wat hij na het overschrijden van de uitlijn heeft verplaatst wordt
teruggelegd, mits deze objecten gemarkeerd waren.

Een ongeldige boule moet meteen worden opgeraapt en voor de betreffende werpronde uit het
spel worden genomen. Als dat niet gebeurt, wordt hij automatisch geldig als de tegenpartij een
boule gespeeld heeft.

Artikel 20: Tegengehouden boules
Als een geworpen boule wordt tegengehouden of van richting veranderd door een toeschouwer
of door een scheidsrechter, blijft hij liggen op zijn nieuwe plaats.
Als een geworpen boule wordt tegengehouden of onopzettelijk van richting wordt veranderd
door een speler van de equipe waartoe deze boule behoort, is hij ongeldig.

Als een geplaatste boule wordt tegengehouden of onopzettelijk van richting wordt veranderd
door een tegenstander, beslist de speler de boule opnieuw te werpen of hem te laten liggen op
zijn nieuwe plaats.

Als een geschoten of weggeschoten boule wordt tegengehouden of onopzettelijk van richting
wordt veranderd door een speler, mag zijn tegenstander beslissen:
1. de boule te laten liggen op zijn nieuwe plaats; of
2. de boule neer te leggen in het verlengde van de lijn van zijn oorspronkelijke plaats naar de
plek waar hij tot stilstand is gekomen, maar uitsluitend op toegestaan terrein en op
voorwaarde dat zijn oorspronkelijke plaats was gemarkeerd.
Een speler die een bewegende boule met opzet tegenhoudt, wordt onmiddellijk uitgesloten van
de rest van de partij, en met hem zijn equipe.

Artikel 21: Toegestane speeltijd
Nadat het but is uitgeworpen heeft een speler ten hoogste één minuut om zijn boule te
werpen. Deze tijd gaat in zodra het but of de laatst geworpen boule tot stilstand is gekomen,
dan wel nadat een noodzakelijke meting verricht is.

Deze regels zijn ook van toepassing op het uitwerpen van het but.

Voor een speler die zich niet aan deze speeltijd houdt, gelden de sancties genoemd in
artikel 35.

Artikel 22: Verplaatste boules
Als een stilliggende boule door bijvoorbeeld de wind of de helling van het terrein verplaatst
wordt, wordt hij teruggelegd op zijn oorspronkelijke plaats, mits deze was gemarkeerd. Dit
geldt ook als de boule per ongeluk verplaatst wordt door toedoen van een speler, de
scheidsrechter, een toeschouwer, een dier of enig bewegend voorwerp.

Om onenigheid te voorkomen moeten spelers de plaats van de boules markeren. Protesten
met betrekking tot niet–gemarkeerde boules worden niet in overweging genomen; de
scheidsrechter zal zich louter baseren op de feitelijke ligging van de boules op het terrein.
Als echter een boule wordt verplaatst door een in dezelfde partij geworpen boule, blijft hij op
de nieuwe plaats liggen.

Artikel 23: Werpen van andermans boules
Een speler die met een boule van een ander speelt, krijgt een officiële waarschuwing. De
geworpen boule blijft niettemin geldig, maar wordt, indien nodig na meting, onmiddellijk
vervangen.

Ingeval van herhaling in de loop van de partij wordt de boule van de speler die de fout maakte
ongeldig verklaard, en alles wat als gevolg daarvan is verplaatst, wordt op zijn oorspronkelijke
plaats teruggelegd, mits deze was gemarkeerd.

Artikel 24: Onreglementair gespeelde boules
Behalve in de gevallen waarin in dit reglement de specifieke en progressieve sancties uit
artikel 35 worden genoemd, is een boule die in strijd met de regels wordt geworpen ongeldig
en alles wat als gevolg daarvan is verplaatst, wordt op zijn oorspronkelijke plaats teruggelegd,
mits deze objecten gemarkeerd waren.

De tegenstander mag echter de voordeelregel toepassen en de worp alsnog geldig verklaren.
De geworpen boule blijft dan geldig, en alles wat als gevolg van de worp is verplaatst, blijft op
zijn nieuwe plaats liggen.

PUNTEN EN METINGEN
Artikel 25: Tijdelijk wegnemen van boules
Om te kunnen meten is het toegestaan boules en obstakels tussen het but en de te meten
boules tijdelijk weg te nemen, na hun plaats te hebben gemarkeerd. Na het meten worden de
boules en obstakels op hun plaats teruggelegd. Als de obstakels niet kunnen worden
weggenomen, wordt met behulp van een passer gemeten.

Artikel 26: Metingen
Een meting wordt verricht door de equipe die de laatste boule heeft geworpen. De
tegenstander heeft altijd het recht na te meten.

Metingen worden verricht met een geschikt instrument, waarover beide equipes dienen te
beschikken.

In het bijzonder is het niet toegestaan met de voeten te meten. Voor een speler die zich niet
aan deze regel houdt, gelden de sancties uit artikel 35.

Ongeacht de ligging van de te meten boules en het moment in de werpronde kan een
scheidsrechter worden geraadpleegd; tegen diens beslissing is geen beroep mogelijk. Tijdens
het meten door een scheidsrechter dienen de spelers zich op ten minste 2m afstand te
bevinden.

De organisator kan voor bepaalde partijen, met name bij partijen die op tv worden
uitgezonden, beslissen dat alleen een scheidsrechter mag meten.

Artikel 27: Weggenomen boules
Het is de spelers verboden gespeelde boules op te rapen vóór het einde van de werpronde.
Een boule die aan het einde van een werpronde wordt opgeraapt vóór het aantal punten is
overeengekomen, is ongeldig. Hiertegen kan niet worden geprotesteerd.

Als een speler een van zijn boules opraapt terwijl zijn medespelers nog boules te spelen
hebben, mogen deze boules niet meer gespeeld worden.

Artikel 28: Bij meting verplaatsen van boules of but
Het te meten punt gaat verloren voor een equipe waarvan een speler die een meting uitvoert
het but of een van de betwiste boules beweegt of verplaatst.

Als de scheidsrechter tijdens een meting het but of een boule beweegt of verplaatst, doet hij in
alle rechtvaardigheid een uitspraak.

Artikel 29: Boules op gelijke afstand
Als de twee het dichtst bij het but liggende boules even ver van het but liggen en aan
verschillende equipes toebehoren, kunnen zich de volgende drie gevallen voordoen:
1. geen van beide equipes heeft nog boules te spelen: de werpronde eindigt onbeslist en het
but wordt uitgeworpen door de equipe die in de vorige spelronde scoorde of de equipe die
de toss won;
2. slechts één equipe heeft nog boules te spelen: die equipe werpt deze boules en behaalt
zoveel punten als zij uiteindelijk boules dichter bij het but heeft liggen dan de
dichtstbijzijnde boule van de tegenstander; en
3. beide equipes hebben nog boules te spelen: de equipe die het laatst heeft geworpen, werpt
nogmaals een boule, dan de tegenstander, en vervolgens om beurten, totdat één equipe op
punt ligt; als slechts één equipe nog boules te spelen heeft zijn de regels van punt 2 van
toepassing.

Als er aan het einde van een werpronde geen boules op toegestaan terrein liggen, eindigt de
werpronde onbeslist.

Artikel 30: Reinigen van but of boules
Vóór meting moeten de betrokken boules en het but worden ontdaan van al wat eraan kleeft.

Artikel 31: Klachten
Om ontvankelijk te zijn, moet een klacht bij een scheidsrechter worden ingediend. Klachten die na het einde van de partij worden ingediend, worden niet in behandeling genomen.

DISCIPLINE
Artikel 32: Afwezigheid van spelers
Bij de loting voor het wedstrijdschema en de bekendmaking van het resultaat van deze loting
moeten de spelers bij de wedstrijdtafel aanwezig zijn. Als een equipe een kwartier na de
bekendmaking nog niet op het terrein aanwezig is, wordt zij bestraft met één punt, dat aan de
tegenstander wordt toegekend. Bij partijen op tijd wordt deze termijn verkort tot 5 minuten.

Voor iedere vijf minuten afwezigheid daarna wordt opnieuw een punt toegekend aan de
tegenstander.

Dezelfde sanctie wordt tijdens het toernooi opgelegd na elke loting.

Bij hervatting van de partijen na enige onderbreking wordt voor elke vijf minuten afwezigheid
van een equipe één punt toegekend aan de tegenstander.

Een equipe die dertig minuten één uur na het begin van het toernooi, of de hervatting van de
partijen na een onderbreking, nog niet op het terrein is verschenen wordt uitgesloten van het
toernooi.

Een onvolledige equipe mag aan de partij beginnen zonder op een afwezige speler te wachten,
maar speelt zonder zijn boules.

Spelers mogen zich niet van een partij verwijderen of het speelterrein verlaten zonder
toestemming van een scheidsrechter. In geen geval wordt het spel hiervoor onderbroken;
evenmin vervalt de verplichting voor zijn medespelers hun resterende boules binnen de
toegestane minuut te spelen. Als de betrokken speler niet terug is op het moment dat hij moet
spelen, worden zijn boules met één per minuut ongeldig.

Als er geen toestemming gegeven was, zijn de sancties van artikel 35 van toepassing.

Bij een ongeluk of een door een arts geconstateerd medisch probleem krijgt deze speler ten
hoogste een kwartier rust. Bij misbruik van deze regeling worden de betreffende speler en zijn
team onmiddellijk uitgesloten van deelname.

Artikel 33: Te laat komen
Als de afwezige speler na het begin van een werpronde verschijnt, mag hij niet meer aan deze
werpronde deelnemen. Pas in de volgende werpronde kan hij aan de partij meedoen.
Als de afwezige speler meer dan 30 minuten na het begin van een partij verschijnt, mag hij
daar niet meer aan meedoen.

Als de onvolledige equipe deze partij wint, mag hij wel aan de eventuele volgende partij(en)
meedoen, mits de equipe mede op zijn naam is ingeschreven.

Als het toernooi in poules wordt gespeeld, mag hij, ongeacht het resultaat van deze partij, aan
de eventuele volgende partij(en) deelnemen.

De eerste werpronde van een partij wordt geacht te zijn begonnen zodra het but al dan niet
geldig is uitgeworpen. De volgende werprondes worden geacht te zijn begonnen zodra de
laatste boule van de vorige werpronde tot stilstand is gekomen. Bij partijen op tijd kunnen
specifieke regels worden gesteld.

Artikel 34: Vervangers
Het inzetten van een vervanger in een doublette of van een of twee vervangers in een triplette
is slechts toegestaan tot het officiële startsein van het toernooi (mondeling, door middel van
een fluitje, een startschot, enz.), tenzij de vervanger reeds als behorend tot een andere equipe
voor het toernooi was ingeschreven.

Artikel 35: Sancties
Spelers die zich tijdens een partij niet houden aan de spelregels, riskeren de volgende
sancties:
1. Waarschuwing, door een scheidsrechter kenbaar gemaakt door het tonen van een gele
kaart aan de overtreder.
Als evenwel een gele kaart wordt gegeven voor tijdsoverschrijding geldt die voor alle
spelers van de overtredende equipe. Als een van de spelers van die equipe al een gele
kaart op zijn naam heeft staan wordt hij bestraft met het ongeldig verklaren van een nog
te spelen boule voor de lopende werpronde of, als hij geen boule meer te spelen heeft, een
boule in de volgende werpronde.
2. Ongeldigverklaring van de geworpen of een te werpen boule, door een scheidsrechter
kenbaar gemaakt door het tonen van een oranje kaart aan de overtreder.
3. Uitsluiting van de schuldige voor de rest van de partij, door een scheidsrechter kenbaar
gemaakt door het tonen van een rode kaart aan de overtreder.
4. Diskwalificatie van de equipe die de fout maakte.
5. Diskwalificatie van beide equipes indien zij elkaars foutieve gedrag door de vingers zien.

Een waarschuwing is een sanctie, en kan alleen worden gegeven na constatering van een
overtreding.

Waarschuwende woorden of het verzoek de regels te respecteren aan het begin van een
toernooi kunnen nooit als waarschuwing beschouwd worden.

Artikel 36: Slechte weersomstandigheden
Bij slecht weer, zoals hevige regen, wordt een begonnen werpronde afgemaakt, tenzij de
scheidsrechter anders beslist. De scheidsrechter is, na overleg met de jury of de
wedstrijdleiding, als enige bevoegd te besluiten de partijen stil te leggen of het toernooi in
geval van overmacht te beëindigen.

Artikel 37: Nieuwe fase van het spel
Indien na de aankondiging van de start van een nieuwe fase van het toernooi (2e ronde, 3e
ronde, enz.) sommige partijen van de vorige fase nog niet zijn afgelopen, kan een
scheidsrechter, als hij vaststelt dat het goede verloop van het toernooi niet meer kan worden
gegarandeerd, de jury of de wedstrijdleiding vragen om alle lopende partijen of zelfs het
toernooi te beëindigen.

Artikel 38: Onsportief gedrag
Equipes die tijdens een toernooi ruzie maken of blijk geven van onsportiviteit of van gebrek
aan respect voor het publiek, de officials of de scheidsrechters, worden uit het toernooi
genomen. Deze diskwalificatie kan leiden tot nietigverklaring van eventueel behaalde
resultaten, en tot het opleggen van de sancties als bepaald in artikel 39.

Artikel 39: Wangedrag
Een speler die schuldig wordt bevonden aan wangedrag of, erger nog, geweld jegens een
official, een scheidsrechter, een andere speler of een toeschouwer, riskeert een of meer van de
volgende sancties, afhankelijk van de ernst van de overtreding:
1. diskwalificatie;
2. intrekking van zijn licentie of het document als bedoeld in artikel 4; en
3. verbeurdverklaring of teruggave van prijzen en beloningen.

Een sanctie die wordt opgelegd aan een schuldig bevonden speler, kan ook worden opgelegd
aan zijn medespelers.

Sanctie 1 wordt opgelegd door een scheidsrechter.
Sanctie 2 wordt opgelegd door de jury.
Sanctie 3 wordt toegepast door de wedstrijdleiding, die de vervallen prijzen en beloningen,
vergezeld van een verslag, binnen 48 uur aan de bond stuurt, die over de bestemming ervan
beslist.

In alle gevallen ligt de uiteindelijke beslissing bij de commissie tuchtrechtspraak van de bond.
Spelers dienen correct gekleed te zijn. In het bijzonder is het verboden te spelen met ontbloot
bovenlichaam en om veiligheidsredenen moeten spelers gesloten schoeisel dragen dat tenen
en hielen beschermt.

Het is gedurende het spel verboden te roken, inclusief elektronische sigaretten. Tevens is het
tijdens het spel verboden mobiele telefoons te gebruiken.

Spelers die zich niet houden aan deze regels kunnen, na een officiële waarschuwing van een
scheidsrechter, worden gediskwalificeerd, als zij volharden in hun gedrag.

Artikel 40: Verplichtingen van scheidsrechters
Scheidsrechters die zijn aangewezen om een toernooi te leiden, zien toe op de strikte
toepassing van het spelreglement en de administratieve regelingen die het completeren.
Afhankelijk van de ernst van de overtreding kunnen zij spelers of equipes die weigeren zich bij
hun beslissingen neer te leggen uitsluiten voor een partij of diskwalificeren.

De scheidsrechter rapporteert toeschouwers die een licentie bezitten of door de bond geschorst
zijn, en die door hun gedrag incidenten op het terrein veroorzaken, aan de bond. Deze maakt
een tuchtzaak tegen betrokkenen aanhangig bij de commissie tuchtrechtspraak, die over de
schuldvraag beslist en op te leggen straffen vaststelt.

Artikel 41: Samenstelling en beslissingen van de jury
Gevallen waarin dit reglement niet voorziet, worden voorgelegd aan de scheidsrechter die ze
kan doorverwijzen naar de jury van het toernooi. Tegen beslissingen van de jury als bedoeld in
deze alinea, is geen beroep mogelijk. Een jury bestaat uit ten minste drie en ten hoogste vijf
leden. Als de stemmen staken, is de stem van de voorzitter van de jury doorslaggevend.

GELDIGHEID
Dit reglement is vastgesteld door het uitvoerend bestuur van de Fédération Internationale de
Pétanque et Jeu Provençal in december 2020 met als datum van inwerkingtreding 1 januari
2021.

Deze Nederlandse vertaling is vastgesteld door de reglementencommissie van de Nederlandse
Jeu de Boules Bond en is van toepassing bij alle onder auspiciën van de NJBB te houden
toernooien

Bron: Klik hier om het officiële PDF-bestand van de NJBB te bekijken.